De vertrouwenspersoon integriteit vervult een aantal functies.

Informeren: de vertrouwenspersoon integriteit informeert de organisatie over zijn rol en taken en hoe hij te werk gaat.

Luisteren: de  vertrouwenspersoon is aanspreekpunt en draagt zorg voor de eerste opvang voor medewerkers die vragen hebben op integriteitgebied.

Adviseren: de  vertrouwenspersoon adviseert medewerkers over ethische- of integriteitkwesties. Het gaat dan vooral om praktische do’s and dont’s alsmede over de uitleg van de vigerende wet- en regelgeving en een eventuele gedragscode op dit gebied. Gaat het over mogelijke aantastingen door anderen dan adviseert de vertrouwenspersoon over de mogelijkheden waarop de informatie aan de directie/het bevoegd gezag kan worden gemeld. De vertrouwenspersoon kan leidinggevenden gevraagd en ongevraagd adviseren ten aanzien van het doorvoeren van beleid in de organisatie.

Begeleiden: de vertrouwenspersoon begeleidt en ondersteunt de melder bij het aankaarten van vermoedens van niet-integer handelen bij de directie/het bevoegd gezag.

Registreren en rapporteren: alle vragen en meldingen die bij vertrouwenspersonen binnen komen worden op een uniforme wijze geregistreerd. Jaarlijks zal over de aard, ernst en omvang van de meldingen op een gestandaardiseerde wijze geanonimiseerd worden gerapporteerd aan de coördinator integriteitbeleid die zorgdraagt voor een geïntegreerde rapportage aan de directie/het bevoegd gezag.

Monitoren en nazorg verlenen: de vertrouwenspersoon verleent nazorg aan de melder. De vertrouwenspersoon signaleert of de melder naar aanleiding van de melding nadelige gevolgen ondervindt voor zijn functioneren. Tevens houdt de vertrouwenspersoon in de gaten in hoeverre de betrokken melder tevreden is met de afwikkeling van de aangekaarte problematiek, zowel door de vertrouwenspersoon zelf als eventueel door anderen in de organisatie. Daar hoort ook bij dat de vertrouwenspersoon de melder op de hoogte houdt van de voortgang en eventueel de afhandeling.

Preventie: als de vertrouwenspersoon veel vragen krijgt over bepaalde integriteitkwesties, of als naar aanleiding van een melding blijkt dat zich inderdaad een integriteitschending heeft voorgedaan, dan moet van deze informatie organisatiebreed geleerd kunnen worden en moet het (integriteits)beleid daarop aangepast worden.